Thom de Graaf: ‘De zorg loopt hierin voorop’

Oud D66-voorman en oud-minister Thom de Graaf is voorzitter van de accreditatiecommissie van de NVZD, die zorgbestuurders die daarvoor opgaan accrediteert… of niet. “Bestuurders staan in dit tijdsgewricht onder verdenking.”

Door Pierre de Winter

U had voordat u in de accreditatiecommissie van de NVZD stapte, nauwelijks serieuze bemoeienis met de zorg. Hoe bent u hierin gerold?

“Ik weet bijna wel zeker dat de hoogleraren Kim Putters en Pauline Meurs - die hebben geholpen het accreditatietraject te ontwikkelen - mijn naam hebben genoemd. Ik ken natuurlijk het publieke domein en weet in de politiek hoe het werkt. Zodoende heb ik een aardig zicht op hoe governance-processen werken.

“Ik ken de zorg niet van binnenuit, maar gelukkig is met een van de andere leden van de accreditatiecommissie – Marjanne Sint – die kennis wel geborgd.

Voordeel van die situatie is dat ik met enige afstand – en wat meer cultuuronafhankelijk - kan kijken naar het proces.  Overigens doe ik wel íets in de zorg, want ik ben voorzitter van de raad van commissarissen van een groot ambulancebedrijf en dat is officieel aangemerkt als zorginstelling, op grond van de tijdelijke wet ambulancezorg.”

Waarvan akte. Waarom bent u op het verzoek van de NVZD ingegaan?

“Twee redenen. Ten eerste: pure fascinatie, omdat de zorg hierin voorop loopt. Ik realiseerde me: als dit werkelijk van de grond komt, dan kun je maar beter zorgen dat je erbij bent, want dan krijg je het straks in de onderwijswereld – waar ik mijn hoofdfunctie uitoefen – ook. De tweede reden is deze: bestuurders staan in dit tijdsgewricht onder enige verdenking. Terecht of niet terecht, maar dat is de realiteit. Ze moeten zich in toenemende mate bereid tonen om aan de vragen die in de publieke opinie leven tegemoet te komen.”

Wat voor vragen zijn dat volgens u?

“Zijn deze mensen wel dedicated aan wat ze doen en hebben ze ook verstand van zaken? Zeker in de zorg is dat momenteel zeer relevant. Aan bijna alle professionals in ziekenhuizen en verpleeginstellingen wordt gevraagd om aan kwaliteit te werken via punten – en registratiesystemen. Dat roept de vraag op waarom degenen die eindverantwoordelijk zijn níet aan een beoordelingssystematiek onderhevig zijn. Bestuurders nemen iedereen de maat, maar wie neemt hen de maat?”

De raad van toezicht…

“Ja, maar de raad van toezicht is verantwoordelijk voor toezicht en werkgeverschap ten behoeve van de functie waarin iemand op dát moment werkzaam is. Werken aan je professionaliteit - qua kennis, het trainen van vaardigheden, zorgen dat je sensibel bent voor de omgeving - gaat verder dan alleen de huidige functie. Bovendien: wil je echt dat de kwaliteitszorg voor bestuurders zich als systeem ontwikkelt, dan mag het niet afhankelijk zijn van raden van toezicht. Want dan is het niet eenduidig. Ik vond dat allemaal goed redenen om op het verzoek van de NVZD in te gaan.”

Iemand schreef op de Lucide-website: ‘Je kunt wel streven naar een systeem à la de advocaten of medisch specialisten, maar wat bestuurders doen is iets heel anders dan wat professionals doen.’

“Het is moeilijker meet- of toetsbaar, maar daarmee is het niet minder een vak. Het is een vakmatige kwaliteit om communicatie in te zetten, besluitvaardigheid in te zetten, boegbeeld te kunnen zijn, verstand te hebben van management en met innovatie om te kunnen gaan en dat allemaal met elkaar te combineren. “De bestuurskundigen die er echt naar hebben gekeken en die ook nog eens verstand hebben van de zorg, zijn met dit systeem gekomen. Daarin zijn vijf expertisevelden geformuleerd en als mensen één van die expertisevelden verwaarlozen, dan is dat een probleem.”

Er zijn ook twee normen geformuleerd. Eén daarvan is: ‘Beschikt u over zelfreflectief vermogen?’ Hoe beoordelen de auditoren zoiets?

Dat gaat niet over de vraag: ‘Wat kan je’, maar: zie je wat je minder sterke kanten zijn en ben je bereid daaraan te werken? En ook: Hoe verhoud je je tot je omgeving en ben je in staat om jezelf feedback te geven op hoe je daarin functioneert?

Lijkt me nog best een lastig gesprek met een bestuurder van begin zestig die alles al heeft meegemaakt…

“Tsja, dat doen de auditoren. Wij van de accreditatiecommissie toetsen hoe zij tot hun oordeel zijn gekomen en daarbij doen we hun werk niet over. Overigens zijn alle auditoren stevige mensen met verstand van bestuurlijke processen en vaak senior. Een heel ander verhaal dan je wel hoort in de financiële sector, waar bestuurders klagen dat hen bij De Nederlandsche Bank de maat wordt genomen door ‘snotneuzen’ die nooit op hun plaats zouden kunnen zitten.

“Ik denk dat we ook met iets anders te maken hebben: bestuurders zijn vaak mensen van mijn generatie: vijftigers. En die moeten zich door middel van een 360 graden feedback laten beoordelen door bijvoorbeeld de mensen die onder ze werken. Dat zijn ze niet gewend en dat is bedreigend. Ik ben zelf één jaar werkzaam geweest bij PriceWaterhousCoopers. Daar werkten ze met 360 graden feedback en dat moest ik – voor het eerst in m’n leven - ook doen. Het was pal na mijn ministerschap en ik vond dat best moeilijk. Dat gevoel van: ‘Zeg, ik ben hier niet de jongste bediende!’ Maar dan moet je toch die drempel over. Ik kan me heus voorstellen dat er mensen zijn die daar geen zin meer in hebben, maar toch is het verstandig.”

Verstandig misschien wel. Maar is het nou echt nodig? Het legt beslag op enkele schaarse goederen in de zorg: tijd van de bestuurder en geld. 3000 Euro per vijf jaar om precies te zijn. Is het dat werkelijk waard?

“Laat ik die vraag nou maar onvermijdelijk beantwoorden met: ‘Dat weten we niet’. Maar waarom zouden hele grote, wereldwijde bedrijven dit soort systemen hebben? 360 graden feedback en permanente, objectiveerbaar gemaakte aandacht voor kwaliteit en professionalisering? Dat is niets voor niets.”

Veel bestuurders houden zich – via coaching, intervisie en wat dies meer zij – toch al bezig met hun professionele ontwikkeling?

“Inderdaad, maar dat is allemaal niet geobjectiveerd. En dat is een element dat ik toch relevant vind. Dat heeft ook te maken met het vertrouwen dat bestuurders vragen, waarvan ik ook vind dat de samenleving dat aan bestuurders moet geven. Maar dan is het wel erg handig als je ook laat zien als bestuurder dat je je eigen professionaliteit voortdurend ontwikkelt en laat toetsen, zodat dat buiten de discussie staat.”

Sommigen zeiden: ‘Het is wachten op het moment dat er een schandaal uitbreekt bij een instelling met een geaccrediteerde bestuurder.’

“Ik kan me dat voorstellen. En daarom moeten wij vanaf dag één duidelijk maken: de accrediatie is een toets op de ontwikkeling van professionaliteit, waarin reflectie op het eigen functioneren centraal staat. Met een accreditatie wordt niet gezegd: ‘Deze mijnheer of mevrouw maakt nooit fouten’ of ‘deze mijnheer of mevrouw deugt als persoon.’ Het is geen integriteitsexamen.”

Onder professionals hebben accreditatiesystemen een disciplinerende werking. Doktoren kunnen uit het BIG-register worden geschrapt, advocaten uit de Orde gezet. Dat element mist. Kunnen we dat nog verwachten?

“Het hoort er wel bij, maar het is niet de kern van het systeem. De kern is de kwaliteitszorg die je voor je eigen functioneren wilt opbrengen en die de zorgbestuurdersgemeenschap wil organiseren voor het geheel; de verantwoordelijkheid voor goed bestuur in de zorg. Als het systeem rond is, dan is het logisch dat daar een element van sanctionering in zit. Niet in termen van van het tableau worden geschrapt, maar wel: je kunt accreditatie halen of niet. Haal je hem niet, terwijl dat ondertussen gemeengoed is geworden, dan is dat absoluut een downsign voor iemand. Dan zal de wereld vragen: ‘Ben jij nog niet geaccrediteerd? Hoe kan dat?’”

Waarom niet een systeem waarbij mensen ook uit het tableau mogen worden geschrapt?

“Ik denk dat zoiets niet werkt omdat besturen niet een afgepaste set aan bevoegde handelingen betreft, zoals dat wel geldt voor dokters, advocaten of notarissen. Daarnaast is ultieme sancties in het vooruitzicht stellen bij de start van een proces dat vooral zinvol is als het door de bestuurdersgemeenschap zelf wordt omarmd en waardevol wordt bevonden, niet echt zinvol.”

Er is tot nu toe één bestuurder die daarvoor opging niet geaccrediteerd. De betreffende raad van toezicht wilde met deze persoon meekomen om voor de accreditatiecommissie te bepleiten dat ze alsnog geaccrediteerd zou worden, heb ik begrepen. Is dat zo gebeurd?

“Nee, dat is niet zo gebeurd. Als de auditoren adviseren om niet te accrediteren en wij dat overnemen, dan is er de mogelijkheid voor de betrokkene om bezwaar te maken. Dan hoort de accreditatiecommissie zowel de auditoren als de betrokkene en dan zijn er maar twee mogelijkheden: volgen we het oordeel van de auditoren of niet. In het onderhavige geval heeft de procedure zo plaatsgevonden en kozen we voor het eerste. De voorzitter van de RvT van die instelling wilde graag meekomen, maar ik heb dat geweigerd. Niet omdat ik onaardig wilde zijn, maar omdat het niet ging om het huidige functioneren in de functie die betrokkene nu heeft. Er worden andere dingen getoetst. En die zaken moet je niet door elkaar halen.”

Is er een herkansing?

“Jazeker. Iemand kan te horen krijgen het komende jaar of de komende twee jaar aan een aantal zaken te moeten werken alvorens opnieuw op te gaan. Maar het kan ook anders gaan. Stel: er zit een autocratische bestuurder bij een grote organisatie en die is 64 jaar oud. Hij laat zich accrediteren zo vlak voor z’n pensioen, maar heeft daar eigenlijk helemaal geen zin in. Denk je dat die man of vrouw geaccrediteerd zal worden? Ik verwacht het niet. Het heeft dus ook te maken met ontwikkelperspectief. Waarmee ik niet wil zeggen dat oudere bestuurders dit niet moeten doen, overigens.”

Is één afkeuring op zeventig voldoende?

“Kijk, we hebben de voorhoede nu gehad. Maar als straks de bulk door het traject gaat, dan zullen er waarschijnlijk een paar meer uitvallen. Daarmee bewijst het systeem z’n waarde. Maar de minister is wat al te digitaal als ze zegt: ‘Als iedereen wordt geaccrediteerd, dan klopt het niet.’ Dat is ook niet wat ik wil. Alsof het een Middelbare School diploma betreft waarvan de waarde wordt bepaald door het aantal mensen dat zakt.”

Maar het zou wel heel raar zijn als we eind 2018 500 mensen hebben zien passeren en er zouden er niet 10-20 zijn afgevallen.

“Ik denk ook niet dat het logisch is dat er niemand afvalt. Maar ik vind de motiverende werking van het systeem veel belangrijker.”

Hoe staat het er op dit punt voor in het onderwijs?

Een dergelijk systeem bestaat daar nog niet.

Waarom niet? Voelt het onderwijs dan geen druk uit Den Haag? Daar hebben toch ook de nodige schandalen gespeeld…

Tsja, de zorg loopt hierin voorop. In het onderwijs is de registratie van professionals ook veel minder ontwikkeld. In het wetenschappelijk onderwijs is pas de afgelopen jaren de ‘kwalificatie docentschap’ ontwikkeld, waarmee wetenschappers moeten laten zien dat ze ook kunnen onderwijzen. Men loopt gewoon achter, dus ook op bestuursniveau, hoewel ik wel verwacht dat het komt.”

Waarin ontwaart u die druk uit Den Haag eigenlijk? De minister lijkt van goede wil…

“Nou, als de minister de Kamervraag ‘kunnen we die accreditatie nou niet verplicht stellen’, beantwoordt met: ‘In 2018 verwacht ik wel dat alle leden van de NVZD zijn geregistreerd’, dan zit daar achter: ‘Als niet, dan… grijpen we zelf in.’  Ik hoop dat de minister zo verstandig is om de druk er niet al te hoog op te leggen. Want als Den Haag dit verplicht gaat stellen, dan wordt het een formeel momentje, waarbij de bestuurder z’n toetsje moet halen. Dan komt nooit het eigenaarschap in de sector zelf te liggen; het idee dat mensen het zelf belangrijk vinden. En dat is in mijn ogen nog veel belangrijker.”

Ja, want eind 2018 500 – en dus niet alle – NVZD-leden geaccrediteerd, zoals de NVZD wil, lijkt me al een hele opgave. Hoe moet dat gaan lukken?

“Ik weet ook nog niet of we dat gaan halen. We zitten nu op 70 en dit jaar moet echt een bulkjaar worden. Er moet nagedacht worden over de verdere ontwikkeling van het systeem, inculsief zaken als  logistiek, bemensing, ICT-ondersteuning en misschien ook het werven van meer auditoren. En dat alles ervan uitgaande dat de NVZD niet de grootst mogelijke moeite moet doen om bestuurders zover te krijgen zich voor dit traject op te geven.”

Precies, want dat was mijn volgende vraag: De NVZD kan haar bestaande leden – laat staan niet-leden – niet verplichten. Dus men zal toch verleid moeten worden.

“Klopt, maar ik kan twee dingen zeggen tegen bestuurders die denken: ‘Het zal mijn tijd wel duren.’ Eén: Hoe bent u zelf eigenlijk met uw professionaliteit bezig? Laat u zich daarin toetsen, of vindt u dat niet nodig? Bij dat laatste heb ík dan wel een vraagteken. En twee: wilt u wachten tot de wolf uit Den Haag langskomt? Of wilt u liever zelf bijdragen aan de ontwikkeling van een systeem dat binnen uw sector is georganiseerd? Je zou zeggen dat de antwoorden op die vragen toch vrij makkelijk gevonden zouden moeten zijn.”

Aanmelden

Meld u aan met uw LinkedIn-profiel om aan de dialogen deel te nemen.

Log in met LinkedIn

Lucide Tweets

TdeW
TdeW

RT @lucpluijmen76: Lezenswaardige beschouwing van Hans Hoek (@LucideNL, mrt 2014) "Goed toezicht maakt slecht (zorg)bestuur niet beter" htt…

jan smit
jan smit

RT @LucideNL: Een nieuwe blog op @LucideNL van Hans Hoek: 'Nee zeggen valt niet mee' over onthouding van goedkeuring door RvT https://t.co/…