Van wie is deze code?

Pierre de Winter, Owner at P. de Winter Tekst & Journalistiek

Het proces richting een vernieuwde Zorgbrede Governancecode lijkt een goed resultaat te hebben opgeleverd. De BoZ heeft veel opmerkingen van de verschillende stakeholders serieus genomen en in de eindversie verwerkt. Toch blijft er een kritische noot te kraken over het ‘eigenaarschap’ van deze code. Deze vernieuwing is vooral het werk van bestuurders geweest (die het hoofdzakelijk voor het zeggen hebben binnen de BoZ). Toezichthouders en cliënten hebben hun zegje gedaan, maar niet mee aan de tekentafel gezeten. En dat is – ondanks dit positieve resultaat – een principiële weeffout. Wat vindt u hiervan?

Lees de blog van Ad Poppelaars hierover

Reacties

Meld u aan met uw LinkedIn-profiel om aan de discussies deel te nemen.

Bert Scholtes, Senior manager/expert zorgsector. Beschikbaar voor een goed gesprek over healthcare governance, strategie, financiën
In je blog besteed je bijzondere aandacht aan het artikel 4.1.6. van de concept Governancecode. Je stelt dat dit ‘conflict artikel’ een goede zaak is. Je veronderstelt dat hierdoor conflicten beter worden opgelost, omdat de ontslagdrempel is weggenomen. Het is een interessante stelling.
Zo had ik dit artikel niet bekeken. De praktijk zal leren of dit ook zo wordt ingevuld.

Ik twijfel of dit artikel de Governance verbetert. Ik struikel met name over het verplichtende en bindende karakter. De eindverantwoordelijke positie van de RvT als werkgever van de RvB komt immers in het geding.
Ik probeer dit te onderbouwen met een voorbeeld.
Stel er is een conflict over het functioneren van de bestuurder. De RvT is van mening dat deze niet meer geschikt is en de OR geeft duidelijke waarschuwingssignalen. Een casus, die niet erg ver gezocht is. Het kost weinig fantasie, dat de bestuurder dit conflict projecteert als een verschil van visies. Dan moet je overeenkomstig de regeling een bindende uitspraak van ”wijzen” inroepen. Dit kost tijd en de dialoog tussen de bestuurder en de RvT ligt in de tussentijd stil. Dit lijkt mij niet in het belang van de organisatie.
Een andere optie is dat de RvT, ondanks deze nieuwe conflict regeling, kiest om meteen naar de rechter te gaan. Gezien de afspraken kan deze oordelen, dat eerst “de wijzen” moeten worden ingeschakeld. Ook dan is er sprake van een verlamming in de organisatie.

Stel andersom. Een bestuurder heeft een conflict met een MT-lid.
Dan kan er veel gepraat en bemiddeld worden, maar een bestuurder zal (doorgaans) geen bindend oordeel vragen aan derden. Hij wil zijn handen vrijhouden om uiteindelijk een beslissing te nemen, die hij als werkgever goed acht. Dat kan daarna een rechter toetsen.

Tot slot. Als er gekozen wordt om ‘wijzen’ in te schakelen, is er al eerder iets goed mis gegaan in de dialoog. Dat voelt een bestuurder aankomen. Een beetje slimme bestuurder heeft vooraf al zelf gezorgd voor een nader onderzoek of schakelt een deskundige in. De RvT voelt dit ook aan en heeft al lang onderling hierover gepraat. Als men er dan nog niet uitkomt, is er iets goed mis in de samenspraak tussen de RvB en RvT.
Is het dan niet zo, dat een bindende uitspraak alleen verliezers heeft? Of de RvT stapt op, of de RvB?

Kortom, ik denk dat de intentie van dit artikel 4.1.6 (vermijden van ontslag) goed is, maar de uitvoering lastig en mogelijk averechts is.
Enfin, zoals eerder gesteld de tijd zal leren of mijn bedenkingen in de praktijk valide zijn.

Bert Scholtes

Log in om te reageren

Log in met LinkedIn

Aanmelden

Meld u aan met uw LinkedIn-profiel om aan de dialogen deel te nemen.

Log in met LinkedIn